De stoel van God slide 1

De stoel van God

auteur Paul Brand

“Een realistische roman over de worsteling tussen wet en mededogen.Dit indrukwekkende, confronterende boek zou verplichte kost moeten zijn voor artsen (in opleiding) en voor verpleegkundigen van een afdeling kindergeneeskunde. Ook paramedici die ernstig zieke kinderen behandelen en last but not least ouders van ernstig zieke kinderen zouden aan de hand van dit boek tot discussies gebracht kunnen worden.” - Telegraaf

Synopsis

Kinderarts Theo van Diepen is begaan met zijn patiënten. Hij is niet alleen geïnteresseerd in de patiënt en zijn ziektebeeld maar ook in de patiënt als mens, en in dit geval als kind. Als vader van een stel gezonde kinderen kan Theo zich goed inleven in de situatie van ouders met een dodelijk ziek kind en beseft hij ten volle wat een geluk het is om zelf gezonde kinderen te hebben.
In zijn kinderjaren heeft Theo slechte ervaringen met dokters in ziekenhuizen opgedaan. Hij is dan CARA patiënt en komt, samen met zijn moeder tegenover dokter Doornbosch te zitten. Dokter Doornbosch is een dokter van weinig tekst en uitleg die geen enkel contact met Theo maakt en alleen het woord tot Theo’s moeder richt. Theo voelt zich niet serieus genomen.
In zijn studietijd, tijdens het lopen van zijn coschappen op verschillende afdelingen van ziekenhuizen, komt Theo regelmatig dit soort dokters tegen en raakt hij er steeds meer van overtuigd dat hij een ander soort dokter wil zijn. Hij kijkt goed naar artsen die wel contact met hun patiënten maken en zich hun lot aantrekken. Zo leert hij veel van Tjebbe, een Friese zaalarts op de hemato-oncologie afdeling. Een arts die de tijd neemt om bij zijn patiënten te gaan zitten en een praatje te maken. Samen begeleiden zij een jonge man, die aan een ongeneeslijke vorm van kanker lijdt, naar zijn einde. Theo leert op de juiste manier een slecht-nieuws-gesprek te voeren volgens de stadia van het rouwproces, waarin aan de patiënt en zijn familie tijd en ruimte gegeven wordt om hun emoties te kunnen uiten. Een belangrijk leermoment in zijn carrière, waar hij nog vaak aan terug zal denken.

Een ander belangrijk voorbeeld voor hem is de plattelands-huisarts, dokter Geerts. Als hij bij hem coschap loopt, maakt hij het sterven van een oude boer mee. Dokter Geerts neemt het besluit de oude man niet naar het ziekenhuis te vervoeren, omdat hij ziet dat hij aan het eind van zijn leven gekomen is. Als hij hem naar het ziekenhuis vervoert, zal hij daar ook binnen vier en twintig uur zijn laatste adem uitblazen, maar dan in een vreemde omgeving, aan allerlei slangen en tussen vreemde mensen. Geerts besluit dat de man thuis, te midden van zijn familie dood hoort te gaan, in alle rust. Voor Theo is dat een intense belevenis. Hij denkt terug aan zijn oma, die borstkanker had en ten dode was opgeschreven. Zij moest een maandenlange doodstrijd voeren die met vreselijke pijnen gepaard ging, omdat zowel de huisarts als de pastoor haar kost wat kost in leven wilden houden. Theo moest van zijn oma de belofte doen dat, als hij arts zou worden hij mensen niet onnodig lang zou laten lijden maar op de stoel van God zou gaan zitten. En een belofte aan een stervende vrouw moet je nakomen.

Theo koestert die herinnering en neemt de belofte serieus. Als hij naar de stervende oude boer kijkt, in zijn eigen huis, omringd door zijn familie, beseft hij ten volle hoe belangrijk een waardige manier van sterven is.

Theo voelt zich tijdens de coschap kindergeneeskunde het meest op zijn plek. Hij krijgt zijn eerste, eigen patiënt, Klaas Renkema, een baby van vijf maanden oud met de taaislijmziekte, ook wel bekend onder de Engelse benaming cystic fibrosis, CF.

De diagnose CF kan pas worden afgegeven na de zweettest, waarbij het chloorgehalte in het zweet wordt gemeten. Bij een ander patiëntje wordt, na het afnemen van de zweettest, door een arts-assistent abusievelijk de diagnose CF gesteld en aan de ouders meegedeeld. Een groep ervaren kinderlongartsen constateert twee dagen later dat de diagnose onjuist is. De arts-assistent wil haar fout niet erkennen en gaat ook niet bij de ouders langs om haar excuses aan te bieden en tekst en uitleg te geven.
Ook dit is een belangrijk leermoment voor Theo. Hij krijgt de opdracht van het hoofd van de afdeling om een artikel over dit specifieke geval te schrijven en tot zijn vreugde wordt het geplaatst in de Lancet, een bekend internationaal medisch vakblad.

In het ziekenhuis in Zwolle werkt Theo samen met dokter Jansema. Met hem maakt Theo voor het eerst een geval van actieve euthanasie mee bij Sven, een jongen van tien met een spierziekte in een terminaal stadium. In zijn geval komt de hamvraag ter sprake hoe lang je een patiënt, die feitelijk aan het sterven is, in leven blijft houden. Theo maakt samen met Jansema de verschillende stadia door die uiteindelijk leiden tot de beslissing Sven niet meer aan de beademing te leggen als het slechter gaat, maar hem op een menselijke manier te begeleiden naar zijn einde. Sven sterft rustig in de armen van zijn ouders. Een emotionele gebeurtenis die Theo maar moeilijk kan loslaten. Het went nooit, zoals Jansema zegt..

Tijdens zijn laatste jaar in opleiding als kinderarts krijgt Theo weer te maken met Klaas Renkema, nu een jongen van acht jaar oud. Klaas moet via een infuus medicijnen voor een longontsteking krijgen en is enkele dagen opgenomen. Theo voert een lang gesprek met Annemarie, de moeder van Klaas, die belangrijk werk doet voor de patientenvereniging van CF patiënten en regio-contactouder is voor de stad Groningen. Annemarie heeft het na Klaas niet meer aangedurfd zwanger te worden, de kans op weer een kind met CF was te groot, en na prenataal onderzoek met een slechte uitslag moeten besluiten om het kind weg te laten halen, dat kon ze niet aan.

Op de IC voor te vroeg geboren baby’s maakt Theo mee dat hij de ouders van een baby moet meedelen dat hun zoontje het niet zal halen, simpelweg omdat het nog niet toe is aan een leven buiten de baarmoeder. Hij wordt gevraagd het kind te dopen, bij gebrek aan een beschikbare pastor. Hij stemt toe.

Inmiddels gaat het met Klaas steeds slechter. Hij is na een jaar alweer terug voor weer een infuusbehandeling. Tijdens die opname sluit hij vriendschap met Kim, een meisje van zijn leeftijd die ook aan CF lijdt. Als Kim maanden later voor een longtransplantatie wordt opgenomen, ligt Klaas ook weer in het ziekenhuis. Hij maakt mee hoe Kim overlijdt door afstoting van de nieuwe longen. Vanaf dat moment wordt Klaas steeds stiller en maakt bijna geen contact meer met zijn ouders. Theo komt er tijdens een gesprek met hem achter dat Klaas erg geschrokken is van de manier waarop Kim overleden is. Hij spreekt duidelijk de wens uit geen longtransplantatie te willen ondergaan, ook niet wanneer zijn longen steeds slechter worden. Als Klaas opeens achteruitgaat en misschien aan de beademing zal moeten worden gelegd, geven de ouders ook te kennen dat niet te willen, omdat hij daar dan niet meer vanaf zal komen. In een gesprek met Theo, de ouders en Klaas wordt de keus gemaakt om, als het moment daar is, actieve euthanasie te verrichten. Zowel Klaas als zijn ouders willen het zo en Theo legt de afspraken op papier vast. Op aanraden van dokter Jansema die Theo belt voor advies, zorgt Theo ook voor een verklaring van Klaas zelf, ook al is hij net nog geen twaalf jaar. Hij doet dit niet waar de ouders bij zijn, omdat hij weet dat hij hun goedkeuring heeft.

Klaas sterft zoals ze hebben afgesproken. Het verdriet is groot, maar de ouders hadden het niet anders gewild.
Nog diezelfde dag wordt Theo gebeld door een officier van justitie die hem op het matje roept. Na een onderhoud in het kantoor van de officier, besluit deze tot een rechtszaak. Hoofdreden hiervoor is dat de handtekening van Klaas onder zijn verklaring verkregen was zonder aanwezigheid van de ouders. Theo wordt veroordeeld voor moord. Het is iets wat hem de rest van zijn leven zal blijven achtervolgen.

Over Paul Brand

Paul_Brand

Prof. dr. Paul L.P. Brand werd in 1961 geboren in Haren (Groningen). Hij studeerde geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na het behalen van het artsexamen in 1987 verrichte hij enkele jaren onderzoek bij de afdeling longziekten van het Academisch Ziekenhuis Groningen. Dit onderzoek werd afgesloten met een promotie cum laude in 1993.
Van 1990 tot 1995 werd hij opgeleid tot kinderarts in de Beatrix Kinderkliniek van het Academisch Ziekenhuis in Groningen en in het St Elisabeth Hospital op Curaçao. Vervolgens werd hij, opnieuw in Groningen, opgeleid tot kinderarts-pulmonoloog.

Sinds 1997 is Brand werkzaam als kinderarts in Isala klinieken in Zwolle, een van de grootste algemene opleidingsziekenhuizen van Nederland. Zijn aandachtsgebieden binnen de kindergeneeskunde zijn astma en allergie; op dit terrein is hij een internationaal erkend onderzoeker en veelgevraagd spreker op congressen en symposia. Hij houdt zich ook intensief bezig met de opleiding van jonge artsen en met het trainen van medisch specialisten in opleidings- en leiderschapsvaardigheden. Brand is in Isala hoofd medisch opleidings-, innovatie- en wetenschapsbeleid. Hij is de initiatiefnemer en programmaleider van het Teaching on the Run programma waarmee artsen zichzelf verder kunnen bekwamen in de fijne kneepjes van onderwijs en opleiding. In 2007 werd hij benoemd tot honorair hoogleraar klinisch onderwijs aan de RuG/UMCG.

Brand bekleedt verscheidene nevenfuncties, zowel nationaal als internationaal. Zo is hij hoofdredacteur van Praktische Pediatrie, de officiële nascholingsformule van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Zowel binnen deze vereniging als binnen de European Respiratory Society is hij actief geweest in bestuurs- en commissiefuncties. Ook is hij columnist in Medisch Contact, het weekblad van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst.

Paul Brand is gehuwd en heeft vijf kinderen.

Download hier de publicatielijst Paul Brand

Bestel nu

Heeft u een vraag over 'De stoel van god'?

Neem contact op

Uw naam (verplicht)

Uw e-mail (verplicht)

Onderwerp

Uw bericht